WriteNow! 2018: mijn inzending

Tijd


“Hoe?” Moedeloos kijkt ze hem aan. Uitgeput laat ze haar schouders zakken en bijna onzichtbaar krimpt ze ineen, alsof de lucht haar te zwaar is. Haar hand omknelt de reling, haar voeten rusten op de brug, ze hoeftzich alleen nog maar af te zetten. Voorzichtig doet hij een stap dichterbij. “Nee! Blijf daar.” De laatste twee woorden worden gefluisterd, de kracht lijkt te ontbreken.
Langzaam laat haar hand laat de reling los. Met ingehouden adem kijkt hij toe, terwijl hij het gevecht tegen de tranen verliest. Zijn laatste beetje hoop blijft hangen, de reling is breed. Dan schuift ze naar achteren. Met een wanhopige kreet duikt hij naar haar toe, handen uitgestrekt. Een stukje van haar voet glijdt door zijn vingers, net zoals zijzelf door zijn vingers glijdt en uit zijn leven.


Met een wilde kreet schieten zijn ogen open en voelt hij met zijn hand naast zich, op zoek naar haar warmte, de zekerheid van de realiteit. Leegte. Geschrokken kijkt Jesse de slaapkamer door. Waar is ze? Ze hoort hier te zijn. Gehaast springt hij uit bed en rent de trap af naar beneden. Daar blaast hij zijn ingehouden adem uit.
“Wanneer heb je voor het laatst fatsoenlijk geslapen?” Vraagt hij zachtjes, terwijl hij naast haar aan tafel gaat zitten. De kop thee in haar handen is afgekoeld, de sigaretten smeulen nog wat na in de asbak. Eva grinnikt, “Slaap, wat is dat?” Zwijgend zitten ze aan tafel. “Zo’n vier, vijf dagen geleden” mompelt ze dan. Jesse slikt.
“Zo kun je toch niet leven?”
“Want jij hebt recht van spreken over een leven bedoel je?” Eva lacht schamper. “Klets niet man.”
Gekwetst kijkt hij haar aan. “Ik ben haar ook verloren.”
Zuchtend laat ze haar hoofd in haar handen vallen. “Dat weet ik. Het is ook jouw fout.”
Jesse sluit zijn ogen en knikt langzaam. Ja, het is zijn fout. Bruusk staat hij op en loopt naar het raam. Verdriet welt op. Hij slikt, duwt het weg en draait zich weer naar haar om. “Kijk ons nu toch”, fluistert hij schor. “Vier weken, dat is alles wat nodig was. Wij, zo sterk, zo zeker van onze liefde voor elkaar. Hoe heeft dit ooit kunnen gebeuren?” Zijn stem breekt.
Met een grauw schiet Eva overeind. “Hoe?” Met overslaande stem kijkt ze hem geschokt aan. Haar gescheurde lippen trillen. “Dat vraag ik mij al weken af. Weken van niet slapen, verdriet en pijn. Het enige waar ik aan kan denken is hoe jij zo veranderd bent. Zo anders dat je je agressie op niets anders kwijt kon dan mij. Mij en ons kind. Wat is er met je gebeurd?” Ze snikt, van haar woede is niets meer over.
Jesse’s maag draait zich om. Hij stapt naar voren en heft zijn hand. “Ik veranderd? Wat lul je nou dan?” Met een snel gebaar slaat hij zijn vuist op tafel. Eva deinst achteruit. Met een felle blik zet Jesse zijn handen op tafel en leunt naar haar toe. “Ja, wees maar bang.”
Met een scherpe inademing staat Eva op. “Dit Jesse, dit. Je bent jezelf niet meer en ik ben er klaar mee om mijn leven door jou te laten overheersen.”
Verstomd kijkt hij haar aan. “Overheersen?” Hij knippert.
“Ja, overheersen. Ik mag dit niet meer, ik mag dat niet meer. Zou je wel…? Bij alles wat ik doe. Zelfs nu, terwijl ik alles probeer om het leven weer te vinden, bekritiseer je alles. Verbied je me van alles. Ik ben er klaar mee.” Met flinke passen loopt Eva weg naar boven.
Jesse blijft verbaasd achter. Een woede die hij nog niet eerder heeft gevoeld maakt zich van hem meester. Hoe durft ze? Zijn vrouw voor wie hij alles over heeft en alles heeft gegeven dat hij maar kon geven. De vrouw die zijn kindje bij zich droeg. Zijn dochtertje, wat had hij haar graag willen ontmoeten en vasthouden, zien opgroeien. Kon de tijd maar teruggedraaid worden.


“Wat doe je?” Jesse kijkt naar zijn vrouw die voor de kledingkast staat. Zij kijkt hem verschrikt aan. “Ik zoek mijn kleding uit.” Het klinkt kortaf en bang tegelijk. Lichtelijk boos en verbaasd kijkt hij haar aan.
“Waarvoor?” “Om,” Eva hapert en recht haar schouders. “Om de kast netter te maken en overzichtelijker.”
Jesse lijkt dit antwoord te accepteren, want hij gaat ontspannen op het bed zitten. Eva lacht. “Gerustgesteld?”
zegt ze plagend. Jesse glimlacht en knikt. “Ja, ik was even bang dat je me zou verlaten. Ik kan niet zonder je Eef.” Met een vlugge beweging trekt hij haar naast hem op bed. Eva gilt en landt op de zojuist gesorteerde en opgevouwen kleren. “Jesse!” moppert ze. Die lacht en brengt zijn hand naar haar bruine lokken. Zachtjes trekt hij eraan. “Ik help je straks wel. Maar eerst een kus,” bedelt hij. Met smekende ogen kijkt hij haar aan.
Eva zucht. “Het moet maar hé,” en geeft hem een kus op zijn wang. Jesse kijkt haar aan en schudt zijn hoofd. “Nee, dat gaat niet”. Hij geeft haar een liefdevolle kus op haar lippen. “Oh nee?” Eva kijkt hem uitdagend aan. “Nee.” Jesse prikt met een vinger in haar zij. Met een gil schuift ze opzij. “Dat kietelt!”
“Oh?”
Weer prikt hij met zijn vinger in haar zij. Lachend laat Eva zich achterover op bed vallen. “Stop!” Jesse kijkt haar aan. “Wachtwoord?”
“Jesse, wil je me alsjeblieft laten gaan?”
Die schudt zijn hoofd. “Bijna.”
“Lieve Jesse,” Eva valt even stil. “Lieve, lieve Jesse, wil je me alsjeblieft laten gaan?”
Hij glimlacht.
“Alsjeblieft?”
Jesse buigt zich naar haar toe. “Ok” Fluistert hij en kust haar.
“Jesse,” ze breekt zich los. “Ik hou van je.”
Zachtjes laat Jesse een vinger langs haar gezicht glijden, “ik hou ook van jou.”


“Eef? Eva!” Verwoed rent Jesse door het huis heen. Buiten adem gooit hij de slaapkamerdeur open, om aangestaard te worden door een open kastdeur met lege planken. Hij kreunt. Snel loopt hij naar de kast toe en trekt de overige deuren open. Tranen belemmeren zijn zicht, zijn lichaam schokt. Verbijsterd zakt hij naar de grond. “Eva” fluistert hij schor. Gefrustreerd haalt hij uit naar de kast. Vallend plastic overstemt Jesse’s gesnik. Zoekend kijkt hij rond als zijn blik op een DVD hoes valt. Met gefronste wenkbrauwen schuift hij er naar toe. Zijn vingers trillen als hij de hoes openmaakt.
‘Voor Jesse, kijk dit als ik weg ben’.
Jesse krabbelt overeind en loopt met trage passen naar zijn laptop. Voorzichtig stopt hij de DVD in de speler en wacht nerveus totdat hij is geladen.
Eva’s gezicht verschijnt, de wallen onder haar ogen zichtbaar.
“Jesse,” ze slikt, “ik hou van je. Ik hield van je. Ik heb vanaf onze tweede date altijd van je gehouden, maar nu? Nu weet ik niet meer of ik dat nog doe. Nog kan.”
Met een grom drukt Jesse op pauze en staat op. Zijn stoel schuift naar achteren en met wilde passen loopt hij rondjes in de kamer. Hij denkt terug aan de nacht dat ze voor het eerst zei dat hij anders was geworden. Nooit had hij gedacht dat ze niet meer van hem zou houden Hij haalt zijn hand door zijn haar en zucht diep.
“Kom op man, wees niet zo’n lafaard en kijk gewoon.” Resoluut gaat hij weer achter zijn laptop zitten en drukt zachtjes de spatiebalk in. Zijn trillende handen en onderlip is het enige wat zijn zenuwen kenbaar maakt.

“Ik was gelukkig met jou, ik was zeker, met jou, Jesse Overman, wilde ik de rest van mijn leven spenderen. Met jou wilde ik kinderen krijgen, oud worden, en ik was er zeker van dat het zou gebeuren.” Eva stopt met praten en wendt haar hoofd af van de camera. “Maar je veranderde. Ik wist niet waardoor en dacht dat ik overdreef. Je was jezelf niet meer, je werd steeds dominanter, baziger. Je begon met schelden, je kleineerde me. Je schopte onze met liefde binnengehaalde kater Seop.
Ik werd bang, want als je Seop al pijn deed, hoe lang nog voordat je mij pijn zou doen? Toch gebeurde dat niet. Maar zo’n twee jaar na het overlijden van je vader, want dat Jesse, dat was het moment waarop je je anders begon te gedragen. Je weigerde om naar je moeder te gaan op zijn sterfdag en toen viel het kwartje.
Jesses adem stokt. Zijn vader? Hij pauzeert de video. Hij had een slechte band met zijn vader, altijd al gehad. Hij praatte met hem, raakte hem wel aan, kwam er wel, maar meer ook niet. Daarvoor was hij vroeger niet genoeg een vader. En zijn moeder? Een spottend lachje verlaat zijn mond. Die deed niks.

“Je verbood me alles, je liet me niet meer werken. Jesse, ik heb het afgelopen half jaar alleen maar thuis gezeten!”
Eva’s stemverheffing maakt indruk. Met grote ogen kijkt Jesse naar haar gezicht: vastberaden, verdrietig en boos tegelijkertijd.
“Ik kon niet meer en toen raakte ik zwanger. Ik was gelukkig, we kregen een kindje! Ik dacht dat dit alles zou veranderen. En het werd anders. De ruzies werden minder. De liefde kwam terug in jouw ogen, in je gedrag. Ik was gelukkig.” De frons op Eva’s gezicht maakt plaats voor een kleine glimlach. “En toch, het ging anders dan ik had gedacht, gehoopt.” Een traan rolt over haar wang. Haar oceaanblauwe ogen kijken verdrietig de camera in.
“Seop ging dood, aangereden door een auto, en ik had je blouse niet gewassen. Je duwde me, ik viel van de trap en toen waren we weer kinderloos.” Bitterheid sluipt haar stem binnen.
“Jesse, het is te laat. Sinds we haar zijn verloren, onze dochter zonder naam, zakken we steeds verder weg. Jij reageert je af op mij en ik ga kapot onder het verdriet, het schuldgevoel. Ik droeg haar in míjn lichaam. Ik hoorde haar te beschermen. Jij, jíj duwde mij. Ergens geef ik jou de schuld en dat heb ik je gezegd. Die avond was een uitbarsting die er al langer aan zat te komen. Een uitbarsting die mij liet inzien dat mijn depressie niet beter wordt zolang ik met jou leef. Ik kan zo niet verder, niet met jou. Ik moet eerst uitzoeken hoe ik weer leven moet en jij moet uitzoeken hoe jij je leven weer terugvindt, hoe jij jezelf weer terugvindt, want Jess, je bent jezelf kwijt. Ik ga proberen het leven weer te vinden en mijzelf weer te vinden, maar zonder jou. Want met jou kan ik dat niet.”

Met een schreeuw staat Jesse op, furie zichtbaar op zijn gezicht. Met trillende handen pakt hij de rugleuning van de bureaustoel vast en kijkt weer naar Eva.
“Jess, snap alsjeblieft dat leven met jou te moeilijk is. Het spijt me zó ontzettend erg, ik weet wat voor een klap dit is, hoe boos, hoe verdrietig, hoe gebroken je gaat zijn, ik ken jou. Of, ik dacht jou te kennen, maar je bent zo ontzettend veranderd, zo anders en ik kan er niet mee omgaan. In elk geval niet totdat je jezelf in de hand hebt. Tot je inziet hoe je je gedraagt. Het spijt me. Het is klaar Jesse, wij zijn klaar.”
Ze haalt haar neus op en wrijft verwoed over haar gezicht. De donkere kringen onder haar ogen steken af tegen haar bleke gelaat.
Jesse kijkt naar haar en voelt de storm in hem razen. Boos boent hij met zijn hand over zijn ogen. Waarom is hij dan ook zo? Gaandeweg tijdens Eva’s relaas zijn de puzzelstukjes een beetje op hun plaats gevallen.
Langzamerhand ziet hij in wat hij Eva heeft aangedaan. Hoe hij haar leven heeft veranderd, van een paradijs naar een hel.
“Jesse,” mompelt hij, “klootzak die je bent. Geen wonder dat ze is weggegaan, je bent haar niet waard. Zij is beter af zonder jou en jij bent beter af zonder haar. Niemand meer die je pijn kan doen.”
Hij zucht en met een luide klap slaat hij de laptop dicht en sluit zo zijn laatste bericht van Eva af.

Een gedachte over “WriteNow! 2018: mijn inzending

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s